logo

Scoliose

Een scoliose is een zijdelingse kromming van de ruggenwervels, in combinatie met een draaiing van de wervels. De rug kan hierbij in een C-bocht of een S-bocht lopen. Op deze pagina bespreek ik de structurele scoliose, die niet verdwijnt door een scheefstand van het bekken te verminderen met een hakverhoging of zooltje.

Wat je als ouders bij een kind met een scoliose kunt zien, is dat de rug niet recht is maar met een bocht (bochten) naar links of rechts loopt. Hierdoor zijn bijvoorbeeld de luchtfiguren tussen de taille en de arm links en rechts niet gelijk. De schouderbladen kunnen op de rug op ongelijke hoogte staan, waardoor ook de ene schouder hoger is dan de andere. Je ziet dat de linker en rechter lichaamshelft t.o.v. de ruggengraat niet symmetrisch is.
Wanneer het kind naar voren buigt zie je vaak een verhoging aan de linker of rechter kant van de rug. Bij het zijwaarts buigen en draaien van de rug, is er een verschil tussen de beweeglijkheid naar links en rechts.
Een scoliose kan samengaan met een bekken dat scheef staat, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Een scoliose wordt vaak in de zomer ontdekt omdat ouders dan hun kinderen in hun zwemkleding zien en merken dat het bekken scheef staat en de rug niet recht loopt. Wanneer een scoliose in de familie voorkomt zijn ouders vaak al alert op de groei van de rug van hun kinderen. Soms maakt de gymdocent de ouders er attent op.

Een scoliose bij kinderen gaat niet altijd gepaard met pijn. In een aantal gevallen is rugpijn bij de gymles, sport of bij tilbewegingen een signaal dat er iets met de rug aan de hand is en wordt de scoliose bij een bezoek aan arts of therapeut ontdekt.

Bij een scoliose is het belangrijk om de ontwikkeling van de bocht in de gaten te houden. Een orthopeed kan na het maken van een rontgenfoto het aantal graden van de bocht(en) bepalen en door het (half)jaarlijks herhalen van de foto de groei van de rug en bocht beoordelen.
Vanaf 10 graden wordt pas van een scoliose gesproken, maar door de groei van de rug en ontwikkeling van de bocht wordt al onder de tien graden oefentherapie gegeven.
Tussen de 25 en 45-50 graden bestaat de behandeling bij een groeiend kind vaak uit het dragen van een brace en boven de 45-50 graden vindt vaak een operatieve ingreep plaats.

Als oefentherapeut geef ik kinderen oefeningen om de rug soepeler te maken en de houding te corrigeren, zodat het kind een sterk spiercorset ontwikkelt en in het dagelijks leven minder in de bocht weg zal zakken. Ik neem daarom ook dagelijkse activiteiten zoals naar school fietsen, zitten in de klas, dragen boekentas, houding achter de computer en bij huiswerk maken of bij gebruik van telefoon door. Wanneer er spraken is van een hoge ademhaling, geef ik ook ademoefeningen.

Op latere leeftijd geeft een scoliose vaak rugklachten en/of nek- en schouderklachten. Dit komt door de dysbalans tussen de spieren van de linker en rechter lichaamshelft, waardoor overbelasting ontstaat.
In het bewegingspatroon zie je door de bocht een eenzijdige manier van bewegen, waarbij de bocht wordt versterkt en de overbelasting toeneemt.

In de oefentherapie behandeling leer ik patienten naast het weer soepeler maken van de spieren, om een houdingscorrectie toe te passen bij de dagelijkse activiteiten zodat de overbelasting afneemt en de pijnklachten verminderen/verdwijnen.